Het vrouwentoilet dilemma.

catiescolumn-vrouwenwc

Ik geef het toe. Vrouw zijn heeft zo zijn voordelen. Je vrouwelijke charmes in de strijd gooien bijvoorbeeld, of achterop de fiets bij een jongen door de stad rijden, de deur voor je laten open doen door een echte gentlemen. Ja, vrouw zijn is echt niet zo slecht. Alleen wanneer je, na het eten van (zoute) sushi en het onvermijdelijk drinken van vele glazen water, op staat om je knappende blaas te verlichten kan je beter een man zijn.

Het valt niet te ontkennen dat de rij bij de mannen wc’s zonder uitzondering korter is dan die bij de vrouwen wc. Wij vrouwen staan daar ongemakkelijk, van het ene been naar het andere been wippend, in de rij. Geduldig, maar wanhopig. We zijn het gewend, zou je kunnen denken, maar niets is minder waar. Wanneer ik de deur naar de toiletten open en ik niets vermoedend wacht tot één van de twee vrouwelijke toiletten beschikbaar wordt valt mijn oog op het lege heren toilet. Eerlijk is eerlijk, je kan maar zó lang heen en weer wippen voordat het tijd is om actie te ondernemen. Haar fatsoeneren, gezicht natmaken, een slok water nemen, Instagram bijwerken, mail lezen. Hoe laat is het ondertussen?

En daar gaat het dan. Samen met de laatste druppel water die mijn blaas doet overlopen verlies ik mijn laatste beetje vrouwelijk zelfrespect. Bliksemsnel schiet ik de, nog steeds lege, heren toilet binnen. Ik hoef je nu natuurlijk niet te vertellen dat ik me opgelucht voel, de wanhoop zakt langzaam weg. Ik denk net ‘dat heb je slim opgelost’ wanneer ik de deur weer open doe en een wachtende rij van twee verbaasde mannen me van boven naar beneden opnemen met een zowel verwarde als verbaasde blik in hun ogen. Eh ja, dat dus.

Advertenties

Een gezicht, een verhaal

catiescolumn-gezicht-verhaal

Het is niet dat ik afgestompt ben. Geen emoties of empathie. Het is niet dat ik jouw ellende gewoon niet zie. Wanneer jouw gezicht verschijnt op het beeld. Voor enkele seconden jouw leven wordt gedeeld. Dan raakt dat me zeker, dan doet dat me pijn. Maar ik ben zo ver weg, kan er niet voor je zijn.

Beelden, verhalen, ellende en pijn. Ze schieten voorbij als een denderende trein. In overtreffende trap volgen zij elkaar op. Het zet jouw leven, ons leven op zijn kop. Het gaat in de wereld steeds vaker goed mis. De ellende alsmaar groter, ik zie jouw gemis. Voel me sterk overweldigd door jouw verhaal en gezicht. Vertrokken van pijn met die angstige blik.

Wanneer ik de trein stop, de verhalen, de pijn. Een druk op de afstandsbediening en ik mag hier zijn. Terug in mijn kamer, mijn leven, mijn stoel. Toch wil ik je zeggen dat ik veel voor je voel. Dan sluit ik mijn ogen en mompel ik zacht; ik hoop dat er een betere toekomst op je wacht.

Buurkat

catiescolumn-buurkat

Onze relatie is misschien wat eigenzinnig. En voor onbekenden wel wat vreemd. Maar jouw starende blikken, of moet ik zeggen nieuwsgierige ogen, zijn bij mij op zijn juiste plaats. Wanneer ik wakker word voel ik jouw terloopse blik al mijn kant op gaan. Glimlachend kijk ik terug en volg ik je bewegingen. Soms kan ik je zien zitten, soms loop je heen en weer. Het gordijn is open, de luxaflex naar beneden, een zonnige dag; jij kijkt me aan. Even hebben we contact, even zijn we verbonden. Het zijn maar enkele meters die ons van elkaar gescheiden houden, op steenworp afstand zoals ze dat noemen. Jij achter jouw raam, ik achter de mijne. Een woordeloze relatie.

Ik kan je niet vertellen hoeveel je voor me betekent. Elke glimlach die ik aan je geef bevestigd dat. Ook al weet ik dat onze relatie een houdbaarheidsdatum heeft en waarschijnlijk nooit echt diepgang zal krijgen, elke keer dat ik je zie wordt mijn dag een stukje vrolijker. Je zwart witte vacht glanzend in het zonlicht, je houdt je kop scheef en kijkt met grote ogen door de straat. Nog even valt je blik op de jonge vrouw aan de overkant die vanuit haar slaapkamer naar je kijkt. Dan word je afgeleid, sta je op en spring je van de vensterbank. Tot ons volgende moment lieve buurkat.

Vakantieregen

catiescolumn-vakantieregen

Wanneer de wolken zich samentrekken, de lucht een grijze kleur aanneemt en de druppels gestaag naar beneden vallen kruip ik met een boek op de bank bij het haardvuur. Het getik van de regen op het dak versterkt de atmosfeer, maakt iedereen in huis slaperig en ontspannen. Niemand die zich ergert aan de grijze luchten. Niemand die zich opgesloten voelt binnenshuis. We zetten expres geen muziek op, we praten zachtjes en luisteren verrukt. We luisteren naar het haardvuur dat kraakt, de regen die tikt en de wind die suist rond het huis.

Buiten versterkt de regen, als zout op eten, de geuren van de natuur naar een nieuw intens niveau. En wij genieten. We hoeven niet door deze regen naar buiten, we fietsen niet met verkleumde handen door de snijdende wind, er zijn geen overstromende putten en bedompte metro’s. Zorgen en angsten worden weggespoeld, onze hoofden worden leeggemaakt van gedachten door de onstuimige wind. Het ritme van de druppels is als een meditatie voor onze geest. Vakantieregen is de regen ervaren als een bijna magisch, euforisch moment waarop je je realiseert dat je de deur niet uit hoeft en je onder begeleiding van het ritmische getik in slaap valt.

Are you kidding me?

catiescolumn-areyoukiddingme

Je hebt van die momenten, je hebt van die dagen.. Je komt met je mandje vol met boodschappen bij de kassa’s en je oog valt op die ene korte rij. Een pinkassa. Prima, want dat ben je toch al van plan. Terwijl je je boodschappen netjes uitstalt op de lopende band zoek je tegelijkertijd je Bonuskaart en pinpas op. Zo, jij bent goed voorbereid. Wanneer je aan de beurt bent en al jouw boodschappen gescand zijn zeg je beleefd “Ik zou graag willen pinnen”. Op hetzelfde moment dat de caissière je die blik toewerpt realiseer je je dat jouw beleefdheid in dit geval wel heel misplaatst is. Pinnen. Ja, daarom sta je bij de pinkassa.

Met je tassen vol boodschappen strompel je door de stad op weg naar het ondergrondse systeem van tunnels en vervoerswagens dat we metro’s noemen. Met de metro ben je zo op je eindbestemming, maar door al het staan en sjouwen heeft je energie niveau er wel onder geleden. In een horde van mede reizigers loop je richting de uitgang. De roltrap, dat is je redding. Ondanks dat de horde mensen voor en naast je sportief de trap neemt kies jij voor de roltrap. Wat nou eenheidsworstengedrag?

Je eerste zelfverzekerde stap op de roltrap is gezet wanneer je in een kwart van een seconde realiseert dat hij niet werkt. Je redding, de roltrap, is defect. Waarom ook niet… De keuze is gemaakt, terugkeren is geen optie meer. Je ziet de horde medereizigers kijken en je hoort ze denken ‘Hoe gaat ze dat oplossen?’ Met je tassen vol boodschappen bijt je door en beklim je de trap die net iets te grote treden heeft om dat op een charmante manier te doen.

Gelukkig is het einde in zicht want je bent bijna thuis. Het leed is geleden. Denk je. Je gooit je sleutels in het bakje bij de voordeur, laat je tassen op de grond zakken, hangt je jas netjes aan de kapstok en begint vol goede moed aan het uitpakken van de boodschappen. De ideale gelegenheid voor het volgende are you kidding me moment. Je bent een boodschap vergeten, je hebt het verkeerde meegenomen, een zak bloem is opengescheurd in je tas of een tomaat is geplet. Je hebt van die momenten, je hebt van die dagen… vul het zelf maar aan.

Ik heb elke dag een danceparty.

catiescolumn-danceparty

Enkele dagen terug sprak ik met iemand over thuiswerken. Als ‘thuiswerker’ krijg je namelijk nogal wat vragen op je af. Hoe vul je je dag in? Mis je geen collega’s? Hoe motiveer je jezelf om aan de slag te gaan. Ja, echt, het is een heel mysterie voor niet-thuiswerkers. Eigenlijk per ongeluk liet ik in dit gesprek vallen dat ik sowieso één pauze vul met een danceparty. Ik herhaal het even voor je; ik heb elke dag een danceparty. Een ik-kan-niet-dansen-maar-ga-toch-los feestje. In m’n eentje.

En nu zie ik je denken aan een film scenario waarin ik met een haarborstel als microfoon de macarena dans. Nee, ik wil je niet teleurstellen, maar mijn danceparty heeft geen haarborstel nodig en de macarena zit niet in mijn repertoire. Met Pharrel Williams’ Happy op standje danceparty vlieg ik door mijn kamer heen. Oh, en ik waarschuw je nogmaals, ik maak geen grapje en ik schaam me ook totaal niet. Waarom zou ik ook? Niemand die me ziet, geen collega’s die me vreemd aankijken, geen starende ogen of nieuwsgierige blikken. Met mijn buren moet ik natuurlijk wel rekening houden, maar met mijn fluffy socks aan glijd ik zo over het laminaat en maak ik nauwelijks geluid.

Misschien is het gewoon mijn karakter, misschien is het een gevolg van het thuiswerken. Hoe dan ook, een danceparty hoort er gewoon bij. Gewoon even een paar minuten los gaan. De muziek je oren laten vullen, de melodie en het ritme omzetten in bewegingen en gaan. Na vijf minuten merk je het verschil al. Je hartslag is verhoogd, je zintuigen zijn geprikkeld, je hersenen draaien op volle toeren; de perfecte cocktail voor een paar uur productief werken. Tijd om mijn danceparty af te sluiten, mijn haar weer in een messy bun te doen en aan de slag te gaan met mijn to-do list.

De woorden blijven stromen.

teksten schrijven, bloggen, column

Het klinkt zo romantisch. Ik heb een blog, ik hou van schrijven, ik heb een passie voor teksten. Je ziet me al zitten in een hip cafeetje in de stad met mijn laptop en een grote kop thee. Terwijl ik luister naar de gesprekken om me heen en geïnspireerd raak door de mensen die voorbij lopen op straat schrijf ik mijn teksten. Columns, korte teksten, persoonlijke stukken, reviews, ik schrijf het allemaal. Het klinkt zo ontspannen; even gaan zitten typen, even al je creatieve ideeën uitwerken.

Het is 01:14 uur op een doordeweekse avond en ik zit met mijn laptop op schoot in een donkere slaapkamer. Al uren geleden begon ik aan mijn avondroutine en maakte ik voor mezelf een warm plekje in mijn uitnodigende bed. Vandaag was een vrije dag, een dag die ik doorbracht met schoonmaken, rustig aan doen, een boek lezen, koken en cupcakes bakken. Een dag vol met mogelijkheden om naar een cafeetje te gaan, om mijn werkkamer te gebruiken, om al die creatieve ideeën in uit te werken, om talloze teksten te schrijven.

Het is nu 01:16u en ik schrijf met de slaap in mijn lichaam deze column. Waarom? Omdat schrijven niet altijd romantisch is, omdat de ideeën niet altijd komen wanneer je het wilt, omdat ik het schrijven van een tekst niet uit kan stellen, omdat het nu wel wil en morgen niet. Schrijven is niet altijd romantisch, nee, niet altijd ontspannen, maar schrijven is wat ik doe. Daar zit ik dan in bed met mijn poezen pyjama aan, met een koptelefoon op en met het licht van mijn laptop in een donkere kamer. De woorden blijven stromen, de zinnen ontstaan als vanzelf, de teksten zitten in mijn vingers, de passie zit in mijn geest. Sommige teksten wachten niet tot morgen. 

Ticket voor één persoon, alstublieft.

catiescolumn-bioscoop

Wanneer ik naar binnen loop voel ik het meteen. De starende ogen, de vragen de blikken. Misschien verbeeld ik het me, maar ik ben de vreemde eend in de bijt. Niet door het minste of geringste tegen te houden sla ik mezelf door de, laten we zeggen, ongemakkelijke sfeer heen en sluit ik aan in de rij. Tussen verliefde stelletjes, oudere echtparen en moeders met tienerdochters sta ik te wachten. Wanneer ik aan de beurt ben vertel ik je zelfverzekerd waar ik voor kom. Stilte. ‘Voor één persoon?’ vraag je beleefd. Ja.

Geen handje vasthouden, alledaagse gesprekken, geruzie over stoelen of gegiechel voor mij. Ik hoef geen popcorn te delen, niet te wachten wanneer jij naar de WC gaat. Ik laat me zakken in de zachte rode stoel op een lege rij en steek mijn hand in de popcorn. Het is onvermijdelijk dat ik op mijn eigen eilandje blijf zitten en al snel ben ik omsingeld. Dat is natuurlijk geen probleem, stiekem hoopte ik daar ook op. We wisselen een paar woorden met elkaar, waarschijnlijk omdat jij je afvraagt wat ik hier doe. In mijn eentje.

We delen de spanning, de geur van popcorn, de ergernissen over mensen die blijven praten, de schrik momenten en we pinken met z’n allen een traantje weg. Samen, maar ik alleen. Wanneer de lampen weer aan gaan en we met zijn allen de weg weer terug vinden naar de realiteit, naar de wereld die door is gegaan terwijl wij door spanning gegrepen een paar uur samen doorbrachten, voel ik me trots. Ik ben helemaal alleen naar de bioscoop geweest. En ik heb er van genoten.

Baby’s, de mensheid en andere gedachten.

catiescolumn-baby

Baby’s doen dat met je. Als je een beetje op mij lijkt in ieder geval. Ze drukken je met je neus op de feiten. De feiten van het leven, van onze maatschappij, van wat belangrijk is en wat niet. Onlangs werd ik voor de tweede keer tante van een prachtig lief klein mensje. Met kleine baby voetjes, en kleine baby handjes. Met prachtige baby haartjes en een schattig baby neusje. We noemen dat teer, lief, onschuldig, kwetsbaar, wonderlijk. Ik noem dat een realisatie die midden in een normale week, op een normale dag, je leven op zijn kop zet.

Een moment waarop de wereld even stil lijkt te staan en je je realiseert dat je deel uit maakt van zo’n grote wereld, vol mensen, met een verleden, een heden en een toekomst. Dat er vóór jou mensen waren en ná jou mensen zullen zijn en dat jij, met jouw leven, maar een ienieminie klein stipje bent tussen al die mensen. En daar ligt hij dan, in mijn armen. Kwetsbaar, klein en perfect gevormd. Een mens, een baby, vol met mogelijkheden, potentie, toekomst en leven. Gewoon, middenin een normale week, op een normale dag, in mijn leven terechtgekomen.

De gedachte achter een kaartje.

catiescolum-gedachtekaartje

Jij verdient een kaartje. Zo één die ik in een winkel moet uitzoeken, die ik meeneem in mijn tas en waar voor ik postzegels moet gaan halen in de winkel om de hoek. Zittend aan mijn bureau, met mijn favoriete pen in de hand, bedenk ik dan wat ik je wil zeggen. Dat ik om je geef, dat ik van je hou, dat je veel voor me betekent, dat ik niet zonder je kan. Dat ik de moeite heb genomen om een kaart te zoeken die bij je past, dat ik met een pen die mijn handschrift mooier maakt de woorden op schrijf die ik denk, de woorden die mijn hart me ingeeft.

Ik zet mijn naam eronder, niet mijn formele naam, maar de naam die jij me noemt. De Liefs schrijf ik extra krullerig zodat het leuker staat en oh, bovenaan hoort natuurlijk nog de datum, zodat, als je deze kaart bewaard altijd zal weten wanneer ik aan je dacht en de moeite nam om een kaartje te sturen. Een witte envelop, dichtgeplakt met mijn speeksel, bezegeld met een postzegel, geadresseerd aan jou. Daar ga je dan, op de post, op reis door een wereld van handen, sorteren, andere brieven en kaarten, totdat je bij jou door de brievenbus geschoven wordt. Ik hoop dat je begrijpt wat dit kaartje betekent. Ik hoop dat je weet dat ik om je geef.